De marathon van Karslruhe had vandaag een sprookjesachtig einde kunnen krijgen. Kort voor kilometer 33 verscheen een fee aan mijn zijde. Op dat moment was ik ernstig aan het worstelen met mezelf. Na een goed begin was rond kilometer 28 opeens, vrijwel plotsklaps, de geestelijke puf verdwenen. Ik kon mij niet meer ertoe zetten de snelheid op te brengen die nodig is voor een tijd tussen de drie uur.
Zoals wel vaker, werd ik onverschillig en ging met steeds kortere tussenpozen stukjes wandelen. Na 32 kilometer lag ik al een minuutje achter op het drie uur-schema.
Ik sjokte over de oprijlaan van het slot van Karlsruhe. Het parcours zou de komende drie kilometer lussen draaien door de kasteeltuinen. Geen inspirerend vooruitzicht, dus ik ging maar weer even wandelen. Zo kwam ik bij de fontein voor het slot. Plotseling voelde ik een hand zachtjes mijn schouder beroeren. Een vrouwenstem zei zachtjes, maar dwingend 'lauf!'. Ik schrok en deed wat ze me vroeg. Voor mij liep de fee. In dit geval was het een fee in een kort broekje met gebruinde, gespierde kuiten en een paardestaart. Zij was de tweede vrouw in de race op dat moment. Naast haar reden twee fietsers om de weg vrij te maken. Ik klampte aan en volgde op vijftig eerbiedige meters. Daar was het tempo weer dat ik kwijt was geraakt. Het had zou mooi kunnen zijn: fee wekt ingeslapen hardloper die alsnog zijn droomtijd loopt.
Maar helaas, na een meter of vijfhonderd begon ik toch weer te sukkelen en moest mijn fee, Daniela Kenty, heet ze, laten gaan. Al knokkend wist ik er toch nog een eindtijd van 3:05:54 uit te slepen. Geen sprookje, ook geen droomtijd, maar er zat blijkbaar niet meer in vandaag.